Skip to content

Over Renée Koldewijn 

Door Chris Houtman, 21 augustus 2024
Afgelopen maandag was ik in de overweldigend mooie Openbare Bibliotheek Amsterdam aan het Oosterdok, teneinde daar de solo-tentoonstelling ‘De Tuin van de Wereld’ te bezoeken van Renée Koldewijn.
Een rode draad door haar werk is haar liefde en fascinatie voor de (West) Afrikaanse en Surinaamse cultuur. Dat komt onder meer tot uiting in het gebruik van de van oorsprong Senegalese haas, die veel voorkomt in haar werk. Het zal mensen die niet zijn ingevoerd in de Senegalese cultuur misschien weinig zeggen, maar aldaar is iedereen bekend met de fabels van Amadou Koumba, waarin een slimme haas genaamd ‘Leuk’ de hoofdrol speelt. Leuk is een eigenzinnige en verrassende verhaalfiguur die te vergelijken is met Reintje de Vos of de Surinaamse spin Anansi.

Groot is ook Renée’s fascinatie voor het werk en het leven van de Amsterdamse beeldend kunstenaar Nola Hatterman (1899-1984), die – net als Renée nu – begeesterd was van Suriname. Voor de oorlog raakte Nola al bevriend met de Surinaamse schrijver en verzetsheld Anton de Kom en na de oorlog werd ze lid van de Surinaamse organisatie Wie Eegie Sanie (Onze Eigen Dingen). In 1953 emigreerde Nola Hatterman naar Suriname waar zij de Nieuwe School voor Beeldende Kunst stichtte, die veel heeft betekend voor de ontwikkeling van de moderne kunst in Suriname.

Gevraagd naar de verklaring voor haar passie voor Suriname legde Renée me uit dat dit zeker te maken heeft met de kleurenrijkheid die je daar in het dagelijks leven ziet. Maar ook de losse manier van leven, was voor Renée een eyeopener aangezien zij in haar loopbaan als grafisch ontwerper altijd juist heel nauwkeurig heeft gewerkt en alles tot op de vierkante millimeter perfect moest zijn. Als vrij kunstenaar heeft ze al die regeltjes overboord gegooid en werkt ze veel intuïtiever. Ook maakt ze meer gebruik van zaken die zich ‘per ongeluk’ aandienen, haar serie bewegende haasjes heeft ze bijvoorbeeld gemaakt op een ondergrond van worteldoek, waarbij de ironie van dansende haasjes die daarop in de rondte springen natuurlijk een extra symbolische betekenis kregen.

Prachtig vond ik Renée’s adaptie van het fenomeen ‘angisa’, ofwel de gevouwen hoofddoeken die veel Surinaamse vrouwen dragen. In de tijd van de slavernij speelden deze angisa’s ook een rol in de onderlinge communicatie en waren het tevens verholen verzetsuitingen van tot slaaf gemaakte vrouwen. Op de foto zie je bijvoorbeeld een angisa met twee oren, die bekend staat als de angisa ‘Let them talk’. Een andere vouwvariant heet ‘Wacht op mij op de hoek’, een angisa die vaak werd gebruikt door verliefde vrouwen. Dat de angisa’s van Renée Koldewijn zijn uitgevoerd in papier heeft een autobiografische oorzaak en zal stellig te maken hebben met het feit dat zij kortgeleden ontdekte dat haar voorouders een papiermakerij hadden in de omgeving van Apeldoorn. Het historische beeldmerk van de wikkels die ze gebruikten, bevatte een afbeelding van een tuin, vandaar de titel van de tentoonstelling.

Ook schitterend zijn de doeken met motieven die Renée Koldewijn ontwierp en middels zeefdruk vervaardigde. Hier komt juist weer iets van haar grafische achtergrond naar boven, terwijl de kleuren fel en vrolijk zijn. Al met al een heerlijke tentoonstelling, die niet alleen oogstrelende creaties bevat, maar vooral ook uitnodigt om dieper in de Surinaamse cultuur en geschiedenis te willen duiken. Dat is de boodschap die Renée wil uitdragen en wat mij betreft, is ze daar in alle opzichten in geslaagd.

 

De Senegalese haasverhalen
De Senegalese haasverhalen
Collage met Nola Hatterman
Collage met Nola Hatterman
Portret Anton de Kom
Portret Anton de Kom
Tussen Angisa en Hoedje van Papier. Uit de expo ‘De Tuin van de Wereld’, Oba Oosterdok, Amsterdam 2024
Tussen Angisa en Hoedje van Papier. Uit de expo ‘De Tuin van de Wereld’, Oba Oosterdok, Amsterdam 2024